Grote kruik of kan in de vorm van een vogel met handvat en deksel. Op onder zich gevouwen poten met kromme klauwen zittende duif; de afgebroken snavel dient als tuit; midden op de rug klein deksel met zittend duifje als knop, daarachter, eveneens midden op rug staand oor; de vleugels door de groeven aangegeven; hele oppervlak bewerkt met ingegrifte lijntjes om indruk van veren te maken.