Platte bodem met hol zich verwijdende wand en aan buitenkant zich verdikte, gegroefde rand, op een plaats tot tuit gebogen en waartegen korte, holle steel met ter weerszijden ingedeukte aanzet. Op bodem rozet van zeven bladeren, waarin voluut; staande streepjes op rand. Loodglazuur, op geel fond: rood, blauw; steel ongeglazuurd.