- Objectnummer01319a
- TitelBiscuit model van kommetje voorzien van decor Luchtig.
- VervaardigerColenbrander, Theo (ontwerper), ArnhemRam, N.V. Plateelbakkerij (fabriek), Arnhem
- Datum
1921 - 1925
- Beschrijving
Biscuit model van kommetje voorzien van decor Luchtig. Vorm: Rond op vlakke bodem met standring. Decoratie: ontwerp, amorphe bloem- en bladversiering in potlood en waterverf. De binnenkant is effen wit. Kleuren: rose, paars, groen, geel, blauw en goud. Geen modelnummer aangebracht. Polychroom beschilderd, niet geglazuurd. Dit biscuit model diende als voorbeeld voor de platelschilder.
- Nu te zien in het museum
- Soort object
- CollectieGouds plateel
- Trefwoordenproductie plateel
- Materiaal
- Techniek
- Formaat
- geheel hoogte: 6.60 cm
geheel diameter: 9.40 cm - Opschrift(en)
- soortdecornaam
- positieonderkant
- inhoud"Luchtig"
- Tentoonstelling(en)Biscuits van Theo Colenbrander.2018-10-20 / 2019-06-02Museum Gouda
- Biscuits van Theo Colenbrander (1841-1930).2009-08-20 / 2011-06-05Museum Gouda
- LiteratuurTheo Colenbrander 1841-1930.Weltens, Arno
- T.A.C. Colenbrander. Plateelbakkerij "RAM" te Arnhem.Neerincx, Riet
- Documentatie
Biscuits van Theo Colenbrander (1841-1930) Gedurende 1912 en een klein deel van 1913 was Theo Colenbrander (1841-1930) als ontwerper van nieuwe decors verbonden aan de NV Plateelbakkerij Zuid-Holland, Gouda. Hij was in Gouda op uitnodiging van de directie van de plateelbakkerij, onder andere om te experimenteren met de in 1910 gepresenteerde matglazuur en de daarvan afgeleide schildertechniek waarbij de decors op het glazuur werden aangebracht. Colenbrander was echter niet tevreden met de mogelijkheden in Gouda en verliet de ‘Zuid-Holland’ na ruim een jaar. De vazen en kaststellen die naar zijn ontwerp door plateel schilder Wim van Ham werden uitgevoerd, kocht hij grotendeels van de fabriek, en verkocht ze vervolgens in eigen beheer, onder andere aan het Haags Gemeentemuseum. Na Gouda vertrok Colenbrander vrij snel naar Arnhem waar hij een kamer huurde in Hotel De Pauw in de Pauwstraat. Van 1913 tot 1920 werkt hij daar aan nieuwe decors die hij op papier uitwerkt. In die jaren zijn er diverse personen in de stad die speciaal voor Colenbrander een (eigen) aardewerkfabriek willen oprichten zodat de ontwerpen ook daadwerkelijk kunnen worden uitgevoerd. Vooralsnog maken de oorlogsjaren van de Eerste Wereldoorlog dit onmogelijk, hoewel er wel steeds regelmatig contact bestaat tussen Colenbrander en de drie initiatiefnemers Henry van Lerven (kunsthandelaar), Charles Engelberts (bankier) en Leendert Iseger (keramist-ondernemer). In 1920 vindt men uiteindelijk een onderkomen in een deel van de Stoomwasserij Den Oever, waarin een oven wordt gebouwd. Colenbrander die ook financieel bij deze onderneming is betrokken, maakt vervolgens een aantal nieuwe vormen en patronen (decors), terwijl de schilder Wim Van Ham, die eerder uitvoerder was van Colenbranders ontwerpen in Gouda, gevraagd wordt dit voortaan ook in Arnhem te komen doen. Van de vormen worden gipsen mallen gemaakt zodat de productie van de modellen in biscuit kan beginnen. Tussen 1920 en 1925 maakte Colenbrander zo’n 60 verschillende vormen, waarop hij vervolgens als uitvoering in biscuit ook zo’n 700 decors tekende, die hij stuk voor stuk ook een naam gaf, uiteenlopend van ‘aardbei’, ‘kantwerk’, ‘rank’ tot aan ‘draaiing’, ‘bruisend’ en ’druipend’. Colenbrander werkte in zijn eigen tekenkamer aan de patronen zoals hij de decors zelf noemde. Hij tekende met potlood op het biscuit en kleurde die vervolgens met waterverf in. Daarbij ging het er niet om de precies dezelfde kleur in keramische verf (zogenaamde ‘emailleverven’) over te nemen, maar meer waar de kleuren binnen de aangegeven potloodlijnen moesten worden ingevuld. De stukken van Colenbrander dienden als voorbeeld van de schilders in de plateelbakkerij, die de patronen overnamen op andere (nog ongedecoreerde) biscuitvormen. Colenbrander gaf de kleuren niet aan door middel van kleurnummers, maar aan de hand van kleurnamen. Na het decoreren werden de stukken voorzien van een loodglazuur en een tweede keer gebakken bij 1.000 graden Celsius. Tussen april 1921 toen de Plateelbakkerij ‘RAM’ officieel de productie startte tot en met 1926 werden zo’n 5.000 stukken geproduceerd. In de loop van 1926 werd de productie van Colenbranders decors langzaam teruggebracht en vervangen door plastiekjes, thee- en eetserviezen, huishoudelijke producten van hoge kwaliteit. Colenbrander verlaat Arnhem in augustus 1928 om in het nabijgelegen Laag-Keppel te gaan wonen waar hij op 26 mei 1930 overlijdt op 88-jarige leeftijd. De hier geëxposeerde biscuitmodellen zijn stuk voor stuk door Colenbrander persoonlijk van een decor voorzien, alsmede de nodige aanwijzingen waar het te gebruiken kleuren betreft. Deze biscuits dienen als voorbeeld voor de plateelschilders. (tekst geschreven bij tijdelijke opsteling van biscuit-modellen van Colenbrander in 2009 door Hans Vogels)
- Tekstenobjecttekst
Biscuit model van kommetje voorzien van decor Luchtig, 1921-1925 ontwerp: Theo C.A. Colenbrander (1841-1930) fabriek: N.V. Plateelbakkerij RAM, Arnhem modelnummer: onbekend inv.nr. 01319a (schenking 1958)


