Geel vogelfluitje met opening in de vorm van een klaverblad. Vorm: kort, conisch voetje; uitgezakte buik, van boven bijna conisch en overgaand in zich regelmatig verwijdende hals, waarvan de rand tot driepas is ingedrukt; op schouder schuin opstaand tuitje met boven en aan het eind vierkant gaatje. Kleur: loodglazuur; gelig wit; het uiteinde van de tuit ongeglazuurd.