Zich eerst even regelmatig verwijdend, dan conisch verlopend en met stompe hoek ombuigend tot bijna horizontaal bovenvlak, dat eindigt met opstaande rand; S-vormige tuit; onder horizontaal gedeelte 2 platte brede uitsteeksels waarin uiteinden van plat draaien; hengsel gebogen tot 2 halve ronden, waartussen recht middenstuk met rechte hoeken, waarop ingegrift: 5; hoge, gewelfde, met profielrand versierde deksel, die bekroond wordt door geelkoperen, vaasvormig knopje.