Trommel bestaande uit een ketel met aan de boven- en onderzijde twee hoepels. In de hoepels zitten gaten waardoor touwen lopen, die de verbinding vormen tussen de hoepels (de touwspanners). Aan de onderzijde van de ketel loopt een snaar en aan de ketel lzit de spanner. Bij de trommel horen twee stokken. Op de hoepels zit een zigzag-versiering in rood-wit-blauw. Het slagveld is van koeien- of kalfsvel.