- Objectnummer15356
- TitelInterieur van de St. Janskerk te Edam, geschilderd naar Bosboom.
- VervaardigerGroot, Andries de (plateelschilder), GoudaZuid-Holland, N.V. Plateelbakkerij (fabriek), GoudaBosboom, Johannes (kunstenaar),Wächtersbacher Steingutfabrik GmbH (fabriek), Schlierbach
- Datum
circa 1902 - circa 1903
- Beschrijving
Tegelplaat met voorstelling van het interieur van de St. Janskerk te Edam met figuren, geschilderd naar een schilderij van Johannes Bosboom (1817-1891). Kerkinterieur met hoge pilaren, op de voorgrond enkele figuren.
- Nu niet te zien in het museum
- Soort object
- CollectieGouds plateel
- Trefwoordensieraardewerk
- Materiaal
- Techniek
- Formaat
- tegelplaat hoogte: 40.50 cm
tegelplaat breedte: 60.00 cm
lijst hoogte: 53.20 cm
lijst breedte: 73.10 cm - Opschrift(en)
- soortsignatuur
- positievoorkant linksonder
- inhoudDG
- beschrijvingGeschilderd in zwart, monogram.
- soortsignatuur
- positieachterkant midden
- inhoudDG
- beschrijvingGeschilderd in zwart, monogram.
- soortmerk
- positievoorkant linksonder
- inhoudZuid-Holland Gouda
- beschrijvingGeschilderd in zwart met lazaruspoortje.
- soortmerk
- positieachterkant midden
- inhoud38 Zuid-Holland Gouda
- beschrijvingGeschilderd in zwart met lazaruspoortje, in het poortje staat het getal 38.
- soortopschrift
- positievoorkant rechtsonder
- inhoudnaar J. Bosboom
- beschrijvingGeschilderd in zwart.
- soortmerk
- positieachterkant rechtsboven
- beschrijvingOnleesbaar (deels verborgen achter de lijst en plakband, na restauratie merk controleren).
- Tentoonstelling(en)Haagse School op Gouds plateel.2005-11-16 / 2006-01-31Museum Gouda
- LiteratuurGoudse Museum Brief, voorjaar 2004Mijnlieff, Ewoud2Met zwart-wit afbeedling.
- Documentatie
Vanaf de eerste jaren van de productie van sieraardewerk bij de Goudse Plateelbakkerij Zuid-Holland namen gedecoreerde tegel(-tableaus) een aparte plaats in. In meerdere opzichten is er sprake van een andere manier van schilderen dan bij bijvoorbeeld een siervaas die meestal rondom gedecoreerd is. Bovendien wordt daarbij met een ponsief gewerkt, een papieren patroon met de contouren van het decor dat door middel van koolstof op het oppervlak wordt aangebracht. Vervolgens wordt deze tekening verder ingekleurd. Voor de eerste jaren van de Zuid-Holland moet hierbij echter een zeker voorbehoud worden gemaakt omdat schilders toen waarschijnlijk een grotere, individuele vrijheid genoten dan later het geval zou zijn toen er meer sprake was van een industriële productie van gedecoreerd sieraardewerk (plateel). Bij een tegelplaat of -tableau zal ongetwijfeld aan de hand van een voorbeeld een schets of ondertekening op de tegel(s) zijn aangebracht. Aangenomen mag worden dat het voorbeeld meestal een prent geweest is, hoewel ook niet uitgesloten moet worden dat soms gebruik werd gemaakt van een origineel schilderij of aquarel. Van de Haagsche Plateelbakkerij Rozenburg is zelfs bekend dat in de jaren '80 van de negentiende eeuw door schilders als De Zwart en Breitner direct en authentiek op tegels werd gewerkt. Dat lijkt eenvoudiger dan het in werkelijkheid was. Voor het decoreren van aardewerk moest gebruik gemaakt worden van speciale keramische verven. Pas in de oven kregen deze verven hun uiteindelijk kleur. De schilder moest dus werken met kleuren die anders zijn dan hij als eindresultaat in zijn hoofd heeft. In Gouda werkte men echter uitsluitend met plateelschilders, reden waarom veelal op een tegel(tableau) vermeld staat 'naar Klinkenberg'of 'naar Mauve'. Er zijn echter ook stadsgezichten van Gouda die wel degelijk volledig door de plateelschilder zelf zijn gemaakt. Hier was de plateelschilder dus ook de kunstenaar. De bekendste schilder op dit gebied bij de Zuid-Holland was Daniël Harkink die rond 1900 in Gouda begon na een eerder dienstverband bij Rozenburg in Den Haag. Naast chemicus was Harkink ook de maker van het bekendste tegeltableau van de Zuid-Holland, namelijk dat naar Rembrandts Nachtwacht, daterend van rond 1902 en veelvuldig geëxposeerd op beurzen als hét meesterwerk van het Goudse bedrijf. Motieven die afkomstig zijn, of misschien beter geformuleerd: die geïnspireerd zijn door schilderijen van de Haagse School, komen niet alleen voor op tegels maar ook op wandborden en zelfs siervazen. Al deze vormen dateren uit de eerste jaren van de twintigste eeuw, dat wil zeggen slechts enkele jaren na de oprichting van de Plateelbakkerij Zuid-Holland in 1898. Zeer waarschijnlijk sluit het maken van deze tegels aan bij de algehele filosofie van het Goudse bedrijf om succesvolle producten van vooral de Haagsche Plateelbakkerij Rozenburg te imiteren. De Zuid-Holland decoreerde haar vazen en borden met onder meer het P(orselein)-decor dat rechtstreeks ontleend was aan het gedecoreerde eierschaalporselein van Rozenburg. Ook in Den Haag werden met succes tegels gemaakt met daarop voorstellingen naar schilderijen van de Haagse School, zoals Bosboom, Israëls en Mesdag. Dergelijke tegels waren uitsluitend voor binnen bedoeld. Vaak werden ze voorzien van een houten lijst waardoor ze feitelijk fungeerden als een schilderij op doek of paneel. En soms betrof het dus een en dezelfde schilder. Bij de Zuid-Holland in Gouda was sprake van een enkele tegelplaat dan wel een tableau dat uit meerdere, kleinere tegels bestaat. De enkele tegelplaat had qua afmetingen zo zijn beperkingen, meestal waren ze niet veel groter dan 40 bij 60 cm. In de beginjaren werden deze tegels niet in het eigen bedrijf gemaakt maar kwamen ze ongedecoreerd en als biscuit (éénmaal gebakken klei) van de Wächtersbacher Steingutfabrik Schlierbach waar ook de eerste wandborden vandaan kwamen. Ze zijn herkenbaar aan een blinddruk die zich aan de achterzijde bevindt. Het maken van dergelijke geperste tegels was vanwege het risico van kromtrekken een vak apart. Het vergde bovendien nogal wat investeringen, reden voor veel plateelbakkerijen om deze zaken van elders te betrekken. Kort geleden heeft het Gouds museum zo'n mooie tegelplaat weten te verwerven. Het betreft hier een kerkinterieur dat is geschilderd naar een schilderij van Johannes Bosboom (1817-1891). De plateelschilder die dit in Gouda naar het origineel heeft 'nageschilderd', signeerde zijn werk met DG en is vrijwel zeker Andries de Groot (1880-1962). Deze was geboren in Purmerend en is waarschijnlijk in 1898 als plateelschilder met Egbert Estié meegekomen toen laatstgenoemde in Gouda de Plateelbakkerij Zuid-Holland oprichtte. Het Gouds museum heeft meer tegelplaten van De Groot in haar collectie. Waarschijnlijk was dit een specialisme van hem want een kleiner wandbord met een daarop een stadsgezicht dat ook recentelijk aan de collectie kon worden toegevoegd, is eveneens van zijn hand. Met behulp van een monografie over Johannes Bosboom kwamen we erachter dat het afgebeelde kerkinterieur dat van de kerk in Edam is. Hiervan is zowel een kleine aquarel (8.8 x 13 cm) bekend als een schilderij (doek, 73 x 100 cm) dat zich tegenwoordig in het Teylers museum in Haarlem bevindt. Het is spannend om beide werken met de tegelplaat van Andries de Groot te vergelijken. De meeste kleuren en de transparante, schetsmatige manier van schilderen komen mooi met elkaar overeen, maar de figuren die het kerkinterieur 'stofferen', zijn in de tegel veel feller van kleur uitgevoerd. Het vrij harde blauw van diverse kledingstukken komt opvallend overeen met het blauw in het overige sieraardewerk van de Zuid-Holland en maakt daarmee ook deze tegelplaat tot een karakteristiek stuk van de Goudse aardewerkfabriek. Juist omdat veelvuldig gebruik gemaakt werd van voorbeelden uit de Haagse School voor zowel tegeltableaus als siervazen worden in Museum het Catharina Gasthuis in de komende zomerperiode temidden van de schilderijen van de collectie Arntzenius, een aantal van dergelijke stukken sieraardewerk geëxposeerd. De aankoop van de eerdergenoemde tegelplaat 'naar Bosboom' vormde een mooie gelegenheid alle voorbeelden (siervazen, wandborden en tegels) uit de eigen collectie eens in deze passende context te tonen. De aanwezigheid van een schilderij van Bosboom, zij het met een interieur van de St. Janskathedraal in 's-Hertogenbosch, maakt de onderlinge wisselwerking des te interessanter. Hans Vogels


