Deurklopper. Kruis van gegroefd plat ijzer aan de vier punten eindigend in verbrede afgeronde punt met krullen waarop gestyleerd klavertje vier. In het snijpunt van de twee armen een ring staande op vierkante nok, welke in het kruispunt is ingelaten. Door de ring de klopper in de vorm van een kronkelende slang met kop en staart naar beneden, omgekrulde tong uit de bek en onder de kop een nok bevestigd voor het kloppen.