- Objectnummer02144a=g
- TitelGrafbord bestaande uit zeven delen.
- Vervaardiger
- Datum
1773
- Beschrijving
Grafbord bestaande uit zeven delen. Grafbord met als middenstuk ruitvormig wapen (02144b) met ornamenten rondom. Het wapen is ruitvormig met een bol met daarop en kruis, twee zwarte tekens en een rode ster op een goudkleurige ondergrond. Links en rechts pilasters waarop telkens onder elkaar vier wapenschilden geschilderd zijn. Links (02144g): de wapens van Van Eyck, Boudens, Ravesteyn, en Van der Zaan. Rechts (02144e): Jongkint, Van Kerckhoven, Van Bueren en Van der Graeff. Boven wapen staat in goudkleurige letters op zwarte banderol (02144c): OBIIT V OCTOBRIS. Hieronder een ornament in de vorm van een kroon (02144d). Onder wapen een ornament (02144f) met twee brandende fakkels in goud en zwart. Hieronder staat op banderol (02144a): 1773 in Romeinse letters. Is snijwerk van grafbord van mevrouw Van Eijk-Jongkint. Afkomstig uit de St. Janskerk te Gouda.
- Nu te zien in het museum
- Soort object
- Collectietoegepaste kunst
- Trefwoordenheraldiek
- Materiaal
- Techniek
- Opschrift(en)
- soortopschrift
- positie02144c
- inhoudOBIIT V OCTOBRIS
- soortopschrift
- positie02144g
- inhoudVan Eyck Boudens Ravesteyn Van der Zaan
- soortopschrift
- positie02144e
- inhoudJongkint Van Kerckhoven Van Bueren Van der Graeff
- soortopschrift
- positie02144a
- inhoud1773
- beschrijvingRomeinse letters.
- LiteratuurRouwborden uit de Sint-Janskerk.Dolder-de Wit, Henny vanpagina 24-32Artikel in het tijdschrift Tidinge, jaargang 32, nummer 1, februari 2014.
- De Sint-Janskerk in Gouda. Mensen en monumenten in een oude stadskerk.Dolder-de Wit, Henny van
- Documentatie
Zie documentatiemap 02144 voor een afbeelding waarop te zien is hoe de diverse onderdelen op waren gehangen.
Informatie afkomstig van Henny van Dolder, archivaris van de Sint-Janskerk: Wapenborden in de Sint-Janskerk Het oudst bekende wapenbord (een ruit) hing in het koor van de Sint-Janskerk en dateert van 1584. Het hing bij het graf van Adriaan van Swieten, de laatste kastelein van het kasteel van Gouda, die in juni 1572 de Opstand tegen Spanje wat betreft de stad Gouda inluidde. Er zijn uit die beginperiode geen notities over wapenborden, aangenomen mag worden dat een eventuele vergoeding voor het ophangen ervan met de kerkmeesters mondeling werd geregeld. Pas in het derde kwart van de 17de eeuw kwam het gebruik pas echt op gang om grafborden op te hangen, zo dicht mogelijk bij het graf van de betrokkene. In de 18de eeuw kwamen rouwkassen in de mode, zwartgeverfde houten borden van soms meer dan twee meter hoog en anderhalve meter breed. Als ondergrond voor de familiewapens liet men de borden soms bekleden met zwart linnen of zwart (en zelfs wit!) fluweel. Sommige kerken hingen er letterlijk vol mee. Constantijn Huygens schrijft er over (Amsterdam 1659): ‘Een redenloose ijdelheid binnen onse kerck-muren, namentlick de begrafenisse der dooden, met den wereldschen pronck haerer schilden ende afkomsten’. Tot 1795 hingen er ook in de Sint-Janskerk tientallen wapenborden en rouwkassen. Zij lieten de wapens zien van nagenoeg alle families die in de 17de en 18de eeuw tot de Goudse elite behoorden. Deze traditie vormde een niet te versmaden bron van inkomsten voor de kerk, waarvoor halverwege de 18de eeuw een hele waslijst van tarieven werd opgesteld. Dat het kerkbestuur zich bij het steeds toenemend aantal borden en gedenktekenen gedwongen zag beperkende maatregelen te nemen ligt voor de hand. In een resolutie van 9 oktober 1673 werd bepaald dat er geen wapens meer in de kerk mochten worden opgehangen dan met toestemming van de kerkmeesters. Een vergoeding daarvoor kwam ten goede aan de kerk, de armen of beide. In de 18de eeuw nam het aantal rouwborden flink toe met een hoogtepunt tussen 1748 en 1762. Dat resulteerde in een ‘tarievenlijst’, opgesteld op 28 juli 1749, die enkele keren werd aangepast. Voor een enkele ruit betaalde men 15 gulden, voor een kas per vierkante voet 1 gulden, voor ieder kwartier daarnaast opgehangen 1 gulden en 10 stuivers en een inscriptie onder het wapen 6 gulden. Aan de muren en pilaren ontstond bij sommige graven tenslotte een waar ruimtegebrek. Om deze ontwikkeling te kunnen beheersen, werd door het kerkbestuur voor het verhangen van wapens en het vernieuwen of veranderen van ornamenten een bedrag vastgesteld, met daarboven de leges van de rentmeester voor het opmaken van de akte. Na 1780 kwamen er steeds minder wapenborden bij. Aan deze trots van veel families kwam in 1795 een roemloos einde door de invoering van een Placaat (verordening) van 8 juni 1795, waarin werd bevolen om wapens en andere attributen die rang en stand vertegenwoordigden uit kerken en andere openbare gebouwen te verwijderen. In de krant plaatste het kerkbestuur een oproep aan de eigenaars om voor 1 september hun wapenborden op te halen, na het tonen van een eigendomsbewijs en na betaling van twee gulden administratiekosten. De belangstelling was gering. Eind augustus hadden zich nog maar enkele gegadigden gemeld. Begin november kondigde de stadsomroeper met bekkenslag aan dat de wekelijkse vendu (openbare verkoop) de derde van de maand plaats zou vinden, waarbij onder meer de niet-opgehaalde wapenborden verkocht zouden worden. Het kerkbestuur hield er 144 gulden en 2 stuivers aan over. Tenslotte werden ook de wapens op het orgelfront (ook dat van Hubert van Eyck) afgenomen en bewaard op de orgelzolder. In 1810 mochten ze weer worden opgehangen. Ruitvormig wapen: Archief kerkmeesters ac 566/ inv. nr. 4, notulen 1759-1773. Vergadering 11 oktober 1773: ‘Op het verzoek, gedaan uit de naam van wegen den Heer mr. Hubert van Eyck, secretaris deser Stad, omme vermits het overlijden van zijn Ed. Dogter, jonkvrouwe Boudewina Adriana van Eyck boven derselver Grafstede te mogen doen ophangen een wapen, hoog ses voeten en ses duymen en breet vijf voeten seven duymen, met acht quartieren’. Betaling geschiedde volgens het tarief van 28 juli 1749. Ovale wapen: Idem, inv. nr. 8, notulen 1787-1791 Vergadering 27 maart 1787: ’ Door ofte van wegens den Wel Edele gestrenge Heer mr. Hubert van Eyck, secretaris deeser stad, synde versogt omme vermits het overlijden van desselfs huysvrouwe, Vrouwe Adriana Gerardina Jongkind, boven de selve grafstede te mogen ophangen een wapen, hoog ses voet en vijf duijm en breed vijf voet en agt duim, met agt quartieren… alsmede nog het veranderen van een quartier in het wapen van wylen Jonckvrouwe Boudewina Adriana van Eyck’. Betaling volgens tarieven 24 juli 1755 en 21 nov. 1757. Archief kerkmeesters St.-Janskerk ac 566/inv. nr. 438, jaarrekening 1772. 14v: Begraven van den 11 october tot den 18 dito: Jonkvrouwe Boudewina van Eijck E (=eigen graf) 5.12.0 Voor ’t Recht van alle de klokken bij avond 36.12.0 34v: ontfangen voor ’t gebruik van tien lantaarnen op de begravenis van Jonkvrouwe Boudewina Adriana van Eyck 12.10.0 Idem, inv. nr. 453, jaarrekening 1787. 8v: van den 12den maart tot den 19den: Vrouwe Adriana Gerardina Jongkind, huysvrouw van den Heer mr. Hubert van Eyck E 5.12.0 9r: voor het Recht van alle de klokken 36.12.0 33r: ontvangen voor het gebruik van tien lantaarnen op de begravenis van Vrouwe Adriana Gerardina Jongkind, huysvrouw van den Heer secretaris mr. Hubert van Eyck 12.10.0 Huwelijk St.-Janskerk 3 december 1743 (88) de Heer mr. Hubert van Eyck j.m. (= jonge man), secretaris deser stad op de Westhaven en juffrouw Adriana Gerarda Jongkint j.dr. (= jonge dochter) op de Turfmarkt Gedoopt St.-Janskerk 12 september 1753: Boudewina Adriana de vader: de heer mr. Hubert van Eyck, secr. Der stad Gouda etc. etc. en de moeder: Adriana Gerarda Jongkint. Getuigen: de hr. mr. Boudewijn Jongkint, adv(ocaat) voor den Hove van Holland en jonkvrouwe Cornelia Henrietta van den Kerckhoven Het wapen van Hubert van Eyck (1711-1798) is ook aanwezig op het orgelfront van het Moreau-orgel in de St.-Janskerk. Hij was librijemeester van 1735-1737 , weesvader van 1740-1795 en secretaris van de stad van 1741-1795. Wapen: in goud twee afgewende zeisen met de steel omhoog, waartussen een blauwe bol met gouden band en rood kruis. Hieronder een zespuntige ster, die aanvankelijk als helmteken werd gevoerd, maar later in het schild is geplaatst. De halve klimmende rode leeuw op een gouden veld is het wapen van Jongkint. De wapens aan weerszijden geven een inzicht in de toen gebruikelijke (en vaak gearrangeerde) huwelijken van regentenkinderen onderling: Boudewijn Jongkint (1655-1713) trouwde met ene Adriana van Bueren, dochter van Cornelis van Bueren en Pirina Lakens. Theodore Jongkint trouwde in 1712 met Emilia van der Graeff en Willem van Kerkchoven (ook weer familie) met Reymerick de Jonge. Al deze wapens werden ter meedere glorie op de rouwkassen aangebracht. De begafenis van Boudwina en later die van haar moeder vonden bij avond plaats, dat gold toen voor zeer deftig. Het bedrag dat voor klokluiden werd betaald (36.12.0) was het hoogste tarief en vinden we alleen bij de elite van de stad (bijvoorbeeld burgemeesters) net als de 10 begrafenislantaarns die de stoet verlichtten. Hubert van Eyck bezat twee graven (5 en 6 van de 13de rij) in de zuidzijde van het koor: 6. Nu de hr. en mr. Hubert van Eyck, secr. deezer stad 3 – 1- 1746, vrij als zoon van regerend kerkmeester. Ook het vijfde graf staat op zijn naam. Aangenomen mag worden dat Boudewina en haar moeder in een van deze twee grafsteden zijn begraven. De grafborden hebben dus in de zuidzijde van het koor gehangen, vermoedelijk tegenover de Van Beverninghkapel.
