Twaalf Hollandse tabaksvaten. Cylindrisch van vorm, met op gelijke hoogte drie smalle banden als duigen. Een plat deksel, die met een cylindrische rand om de bovenrand van het vat past. Tussen de twee bovenste duigen staat een cijfer (1-12). De vaten zijn rood, de duigen wit en de cijfers goudkleurig geschilderd.