- Objectnummer20890
- TitelGrafbord van Johan de Haen.
- Vervaardigeranoniem (ontwerper), Gouda
- Datum
1676
- Beschrijving
Grafbord van Johan de (n) Haen.Tussen zwarte geprofileerde plint en uitspringende, geprofileerde kroonlijst, rechthoekig paneel waarop opschrift.
- Nu niet te zien in het museum
- Soort object
- CollectieReligie in Gouda
- TrefwoordenSint Janskerk, dood, zeevaarder
- Materiaal
- Techniek
- Formaat
- geheel hoogte inclusief: 64.50 cm
geheel hoogte: 60.50 cm
geheel breedte: 131.00 cm - Opschrift(en)
- soortopschrift
- positievoorkant
- inhoud{\rtf1\ansi\ansicpg1252\deff0\deflang1043{\fonttbl{\f0\fswiss\fprq2\fcharset0 Verdana;}} \viewkind4\uc1\pard\f0\fs16 CICICCLXXVI\par Obiit Palermo 11 Junii\par Johan de Haen\par }
- Tentoonstelling(en)Tentoonstelling van Goudsche Oudheden, bij gelegenheid van het 600 jarig jubilé der Stad.1872-07-02 / 1872-12-31Museum Goudacatalogusnummer 836e
- LiteratuurJan den Haen (1630-1676), Goudse zeeheld zonder praalgraf.Habermehl, NicoArtikel in Tidinge, jaargang 24, 2006, aflevering 3 (pag. 84-88).
- Catalogus van het Stedelijk Museum te Gouda.catalogusnummer 175e
- Tentoonstelling van Goudsche Oudheden, geopend den 27 Juli 1872, bij gelegenheid van het 600 jarig jubilé der stad.pagina 25catalogusnummer 836e
- Documentatie
Pot, G.J.J., 'Gouda had tal van zeehelden. Hoe de stad in vroeger eeuwen haar grote figuren eerde', Goudsche Courant (27 augustus 1949).
Dolder-de Wit, Henny van, De St.-Janskerk te Gouda. Mensen en monumenten in een oude stadskerk (Amsterdam z.j. [1994]) 102-104.
Catalogus van het Stedelijk Museum te Gouda, 1885, catalogusummer 175e: 175. Negen graf borden (*) herkomstig uit de St Janskerk te Gouda, met zeven daarbij gevoegde oude degens, t. w. : e. van Johan de(n) Haen. Hoezeer het bord alleen vermeldt wanneer en waar hij het leven liet, was hij een der beroemdste Goudsche zeehelden. Johan of Jan den Haen was de zoon eens messenmakers, Jan Jansz. (den Haen), vermoedelijk uit diens derden echt met Aefken Crijnen (Hola). Hij komt in 1650 het eerst bij het zeewezen voor als schrijver bij den kapitein Corn. Hola, zijn oom. Bij zijn tweede huwelijk te Gouda op 29 Jan. 1658 wordt hij als luitenant vermeld, waarvoor hij in het laatst van 1656 van wege de stad was aanbevolen. Den 12 Maart 1659 werd hij, op gelijke aanbeveling, tot buitengewoon kapitein benoemd. Als zoodanig treft men hem aan als bevelhebber van een schip van 40 at. en 190 man bij den tocht van de Ruyter naar de Sont in 1659. In den Tweeden Engelschen oorlog onderscheidde hij zich in zonderheid in den ongelukkigen zeeslag in 1665, toen hij het eenige schip dat op den vijand veroverd werd, the Charity, vermeesterde, waarvoor hij met een gouden keten begiftigd en tot gewoon kapitein bevorderd werd. Vervolgens woonde hij al de verdere zeeslagen van den Tweeden Britschen oorlog, daaronder den tocht naar Chatham, en die van den Derden bij, waarin hij steeds door dapperheid uitmuntte, en waardoor hij zich den weg baande tot de waardigheid van Schout bij nacht, tot welke hij in 1670 verheven werd, en later tot die van Vice-Admiraal. Den laatsten rang had hij wel bepaaldelijk te danken aan de dapperheid door hem betoond in den hardnekkigen strijd van Kijkduin van 21 Aug. 1673, toen hij na het sneuvelen van den Vice-Adm. Isaac Sweers, door den krijgsraad bij voorraad in diens plaats werd aangesteld, welke benoeming door den Prins van Oranje bevestigd werd. In 1675, als hoofd van een der smaldeelen. tegenwoordig bij den laatsten tocht van de Ruyter naar de Middellandsche zee, deelde hij in al de gevaren en rampen van dien tocht. Vooral na het treurig einde van den opperbevelhebber, toen hij onder den titel van tijdelijk Luitenant-Admiraal-Generaal het gebied over 's lands vloot bij voorraad op zich nam, rustte een hoogstmoeilijke taak op zijne schouders. Na den slag nabij den berg Etna naar Palermo verzeild, om daar de geleden schade te herstellen, en den 2n Juni 1676 in de baai dier stad door de Franschen overvallen, trof de vereenigde Spaansche en Nederlandsche Vloot de ramp, dat het meerendeel hunner schepen door den vijand vernield werden en den Haen sneuvelde. Zijn lijk werd op eenvoudige wijze in de St Janskerk ter aarde besteld, alwaar echter zijn graf niet meer is aan te wijzen. Welke de redenen waren waarom hij niet op kosten van de Admiraliteit of van den Staat begraven is en geen praalgraf voor hem is opgericht, deze vindt men vermeld bij de Jonge: Het Nederlandsche zeewezen, III 2e st. 211 — 214. Uit zijn tweede huwelijk, met Hillegond Hendricksd. Kleynmeel, werden hem drie kinderen geboren, waarvan hem, met de moeder, eene dochter, Effige (Aefje) en een zoon, Jan, overleefden. Omtrent den zoon vindt men aangeteekend dat hij in Oct. 1688 als volontair deelnam aan den tocht van Prins Willem III naar Engeland, en den 25 Jan. 1689 te Plymouth als jongman overleed. De dochter huwde in het laatst van Nov. 1683 te Amsterdam met Cornelis Reynst. Het eenige kind uit dezen echt, Johanna, was in 1691, zoowel als hare ouders overleden, waarmede alzoo het geslacht van den Vice-Admiraal den Haen was uitgestorven. Den Haen woonde laatstelijk in een huis op de Turfmarkt, in 1667 door hem gekocht, dat in 1757 het eigendom werd van dun lateren Vice-Adm, Roemer Vlacq, die het liet verbouwen en aldaar den 26 Oct. 1774 overleed. Thans wordt het bewoond door den heer C. J. C. Prince, den tegenwoordigen eigenaar. - Van de oude, verroeste en gansch geschonden degens, die vroeger bij de borden waren opgehangen, is het onmogelijk te bepalen tot welke borden zij behoord hebben. Drie daarvan zijn gemerkt; de eene Peter — Munich — fee, de andere Peter Bugel — Solingen — fec., en de derde Johannis Conini — Londini. Bij allen is te onderkennen dat zij uit de 17e eeuw afkomstig althans van meer of minder ouden datum zijn. Borden en degens zijn het eigendom van den heer C. J. C. Prince te Gouda, die ze welwillend in bruikleen aan het Museum heeft afgestaan.
Catalogus Tentoonstelling van Goudsche Oudheden, geopend den 27 Juli 1872, bij gelegenheid van het 600 jarig jubilé der stad. pag 25: 872. 5 degens behoorende bij de grafborden der St. Jansk. Zie No. 136. Inzender: C.J.C. Prince Pag. 26: 836. Grafborden uit de St. Janskerk van: a. David Bondt. b. Joost van Swansbel. c. Van der Saen. d. Laurens van Kerckhove. e. Johan de Haen. f. Meier. g. Vlacq. h. Middelland. i. Verveen. Inzender C.J.C. Prince

