- Objectnummer20882
- TitelGrafbord van den Zeekapitein Roemer Vlacq.
- Vervaardigeranoniem (ontwerper), Gouda
- Datum
circa 1650 - circa 1749
- Beschrijving
Grafbord van den Zeekapitein Roemer Vlacq. Tussen zwarte gladde plint en uitspringende, geprofileerde kroonlijst rechthoekig paneel waarop opschrift in gouden letters.
- Nu niet te zien in het museum
- Soort object
- CollectieReligie in Gouda
- TrefwoordenSint Janskerk, dood, zeevaarder
- Materiaal
- Techniek
- Formaat
- geheel hoogte inclusief: 65.00 cm
geheel hoogte: 61.00 cm
geheel breedte: 118.50 cm - Opschrift(en)
- soortopschrift
- inhoudOBIIT XVII JULII / Vlacq (Vranckens Schrick) ONTARMT ! DIE STORV. / Toulon DES ZEE-LEEUWS ASCH VERMORV' / EEN HELD DIE NOOYT verwinaar KON / VOOR DAT HIJ ALLES OVERWON (voorkant; geschilderd)
- Tentoonstelling(en)Tentoonstelling van Goudsche Oudheden, bij gelegenheid van het 600 jarig jubilé der Stad.1872-07-02 / 1872-12-31Museum Goudacatalogusnummer 836g
- LiteratuurCatalogus van het Stedelijk Museum te Gouda.catalogusnummer 175g
- Tentoonstelling van Goudsche Oudheden, geopend den 27 Juli 1872, bij gelegenheid van het 600 jarig jubilé der stad.pagina 25catalogusnummer 836g
- Documentatie
Pot, G.J.J., 'Gouda had tal van zeehelden. Hoe de stad in vroeger eeuwen haar grote figuren eerde', Goudsche Courant (27 augustus 1949).
Dolder-de Wit, Henny van, De St.-Janskerk te Gouda. Mensen en monumenten in een oude stadskerk (Amsterdam z.j. [1994]) 102-104.
Catalogus van het Stedelijk Museum te Gouda, 1885, catalogusummer 175g: 175. Negen graf borden (*) herkomstig uit de St Janskerk te Gouda, met zeven daarbij gevoegde oude degens, t. w. : g. van den zeekapitein Roemer of Rommer Vlacq. Rommer Vlacq werd in Aug. 1637 (ged. 19 Aug.) te Gouda geboren uit den tweeden echt van Mr Dirck Vlacq, Med. Dr aldaar, en Anna Jans Verryn. Hij behoorde tot een geslacht waarvan onder anderen de stamvader krachtig had medegewerkt tot afschudding van het Spaansche juk. In 1667 komt hij het eerst voor als luitenant ter zee. Het volgende jaar als zoodanig op het schip van den toenmaligen Schout bij nacht den Haen, bij wien hij in 1670 tot kapitein luitenant werd aangesteld. Bij de buitengewone uitrusting in 1672 tot commandeur benoemd, nam hij onder de Ruyter deel aan den zeeslag bij Solebay van 7 Juni 1672 en aan dien van 7 Juni des volgenden jaars, terwijl hij in 1674 de Ruyter op diens tocht naar Martinique vergezelde. Bijzondere melding verdient dat hij in 1677 een der scheepsbevelhebbers was, die, onder den moedigen commandeur Jacob Binckes, in Maart van dat jaar heldhaftig den aanval afweerden van een fransch smaldeel onder den Graaf d'Estrées in de baai van Tabago. In dien strijd voerde Vlacq het bevel over het schip Het huis van Kruyningen (56 st.), dat door het vijandelijk Admiraalschip met 72 st. werd aangetast. Na mannelijken kamp, waarbij Vlacq op verscheiden plaatsen gewond werd, deed hij zijn schip, dat aan den grond was geraakt, in de lucht vliegen. Later veeltijds tot geleide van dikwijls talrijke handelsvloten gebruikt, en in 1684 tot buitengewoon, en in 1696 tot gewoon kapitein bevorderd, was hij in 1703 hoofd van vijf oorlogschepen, waarvan het zijne, de Muydenberg, 50 st. voerde, en onder wier geleide zich nagenoeg 100 nederlandsche en britsche koopvaarders hadden gesteld. Dit konvooi ontmoette op 22 Mei een fransch eskader van vijf koningsschepen van 90 tot 60 st., onder het opperbevel van den markgraaf de Coëtlogon. Niettegenstaande de overmacht des vijands achtten Vlacq en de verdere kapiteins het van hunnen plicht de koopvaarders aan hunne zorg toevertrouwd tot het uiterste te verdedigen. Na mannelijke tegenweer werden de schepen zijner bijhebbende kapiteins, die deerlijk waren gehavend, het eene na het andere genomen. Vlacq, aan wien bij de eerste losbranding van het vijandelijk geschut een arm en een gedeelte van den schouder waren weggenomen, bleef desniettegenstaande den strijd volhouden, en noodzaakte zijnen tegenstander, den bevelhebber van het fransch eskader, af te houden; doch een andere negentiger, die zijne plaats innam, bracht de Muydenberg in gansch reddeloozen toestand. Het een noch het ander, zoo min de gebeden en smeekingen van twee diplomatieke personages, die zich veiligheidshalve bij hem hadden ingescheept, konden Vlack bewegen zich over te geven, ja zelfs zou hij niet vreemd zijn geweest aan het denkbeeld zich in den uitersten nood in de lucht te doen springen. Niet dan nadat zijn schip tot zinkens toe was doornageld en daarop 42 lijken uitgestrekt lagen en een nog grooter getal stervende en gewond waren, zag hij zich genoodzaakt de bloed vlag te strijken. Eerst na vier bange uren waren de Franschen in staat den nederlandschen kapitein met zijn volk en verdere personen over te halen, waarna het schip als onhoudbaar in brand werd gestoken. Hoe treurig ook de afloop ware van dezen heeten strijd, zooveel was toch door den heldenmoed der vijf kapiteins verkregen, dat niet een enkel van de koopvaarders den Franschen in handen viel. De vier veroverde oorlogschepen werden te Toulon binnengebracht. Ook Vlacq en zijn volk kwamen in die haven aan met het schip waarop zij waren overgegaan. Tegen alle verwachting bleef hij nog ruim vijf weken aldaar in leven. Na een smartelijk lijden bezweek hij ten laatste op den 17 Juli. Op het bord leest men daaromtrent CIC IC CCIII. OBIIT XVII JVLII. Vlacq (Vrankens SCHRIK) ONTARMT! DIE STORV. Toulon DES Zeeleeuws ASCH VERWORV, Een Held DIE NOOYT Verwinnaar KON VOOR DAT Hij ALLES OVERWON. De Admiraliteit van Amsterdam kennis van zijn overlijden bekomen hebbende, legde aan zijne weduwe eene jaarwedde toe, als een bewijs van dankbaarheid voor de door hem bewezen diensten en trouw tot den dood toe. Die weduwe was genaamd Willempje Ariens Calff. Den 10 Nov. 1659 met haar gehuwd, verwekte hij bij haar negen kinderen, waarvan vijf hem overleefden. Van de twee door hem nagelaten zonen, Adriaen en Rommer, huwde de eerste den 27 Jan. 1709, toen commandeur ter zee, met Jacomina Pieters Schietspoel, terwijl Rommer als luitenant ter zee in Sept. 1713 ongehuwd te Gouda overleed. Adriaan werd de vader van Roemer Vlacq den jongsten, laatstelijk Vice-Adm. van Holl. en West-Friesl. De diensten van Adriaen Vlacq waren van weinig beteekenis. Omtrent zijnen zoon Roemer, ged. 30 Oct. 1712, is het meest meldenswaardig diens mannelijk gedrag bij eene ontmoeting op 21 Aug. 1744 van hem en twee andere kapiteins, die met eenige koopvaarders van Lissabon naar het vaderland op weg waren, met zeven fransche oorlogschepen, wier bevelhebber op hoogen toon onderzoek vorderde niet alleen van de koopvaarders maar tevens van de oorlogschepen. Zijne krachtige weigering en kloeke houding bij die gelegenheid brachten te weeg dat van het onderzoek werd afgezien, twee afgezonden en aangehouden sloepen, op eene van welke de toenmalige luitenant Johan Arnold Zoutman, met de bemanningen weder werden vrijgegeven en de nederlandsche schepen verder ongedeerd hunnen koers konden vervolgen. Hij overleed ongehuwd te Gouda 26 Oct. 1774. Rommer Vlacq de oude woonde laatstelijk op de Gouwe, tusschen de Groenendaal en Turfmarkt, in het tegenwoordige huis van den mandenmaker Belonje, terwijl zijn kleinzoon en naamgenoot later dat van den Vice-Adm. den Haen bewoonde. Het familiewapen der Vlacquen vertoont in het midden een boom waartegen aan weerskanten een gevlekt paard opspringt; in het hoofd van het veld drie kaarden (rood), 2 boven en 1 in de kruin van den boom. - Van de oude, verroeste en gansch geschonden degens, die vroeger bij de borden waren opgehangen, is het onmogelijk te bepalen tot welke borden zij behoord hebben. Drie daarvan zijn gemerkt; de eene Peter — Munich — fee, de andere Peter Bugel — Solingen — fec., en de derde Johannis Conini — Londini. Bij allen is te onderkennen dat zij uit de 17e eeuw afkomstig althans van meer of minder ouden datum zijn. Borden en degens zijn het eigendom van den heer C. J. C. Prince te Gouda, die ze welwillend in bruikleen aan het Museum heeft afgestaan.
Catalogus Tentoonstelling van Goudsche Oudheden, geopend den 27 Juli 1872, bij gelegenheid van het 600 jarig jubilé der stad. pag 25: 872. 5 degens behoorende bij de grafborden der St. Jansk. Zie No. 136. Inzender: C.J.C. Prince Pag. 26: 836. Grafborden uit de St. Janskerk van: a. David Bondt. b. Joost van Swansbel. c. Van der Saen. d. Laurens van Kerckhove. e. Johan de Haen. f. Meier. g. Vlacq. h. Middelland. i. Verveen. Inzender C.J.C. Prince

