Hoosemmertje. Vorm: holle bodem met holle kern, die zich bol tot wand verwijdt, welke na een rij van nagelknoppen, in geelkoper zich verzet omgekeerd conisch verlopend en onder de rand zich tot brede band verdikkend, waartegen twee opstaande lussen bevestigd zijn, waarin hengsel draait, rond en in het midden tot punt omhoog buigend.