Doosvormige tas met doorgetrokken achterwand, waarin een open sleuf het handvat vormt. Het handvat is versierd met aan weerszijden drie cirkelvormige uitsteeksels. Van de overstekende voorwand met geschulpte rand, dient de bovenhelft, met twee vijfkakige scharnieren aan de benedenhelft verbonden, als deksel. Het deksel wordt gesloten met een houten pin die door een kram steekt. De rand van de deksel is versierd met een uitgesneden golvend patroon.